|
|
|
|
schoolgids
Openbaar Speciaal Basis Onderwijs Veendam
SCHOOLGIDS 2008-2009
Adres:
Boven Westerdiep 10 Veendam
INHOUD WOORD VOORAF |
1 DE SCHOOL
1.1 Identiteit
1.2 Situering van de school
1.3 Schoolgrootte
1.4 Onze ambitie
1.5 Waar de school voor staat
1.6 Schoolkenmerken
1.7 Het schoolklimaat
1.8 De schoolorganisatie
1.9 Grenzen bij de opvang
1.10 Het schoolbeleidsplan
1.11 ICT (Informatie- en communicatietechnologie)
2.1 De basisproblemen van onze
leerlingen
2.2 Activiteiten van de kinderen
2.3 Het eigen gezicht van de school
2.4 De verdere ontwikkeling van de school
2.5 Plaatsing in het SBO
2.6 Leerlingbegeleiding in het SBO
2.7 Begeleiding naar het vervolgonderwijs/ Procedure schoolverlaters
2.8 Leerling Gebonden Financiering (Het rugzakje)
3 HET PERSONEEL
3.1 Wijze van inzet van het
personeel
3.2 De samenstelling van het team
3.3 Vervanging bij ziekte, ADV en bijscholing
4 OUDERS EN SCHOOL
4.1 Ouderbetrokkenheid
4.2 Schoolmaatschappelijk Werk
4.3 Leerplicht en verlof
4.4 Medicijngebruik leerlingen
4.5 Aansprakelijkheidsverzekering
4.6 Medezeggenschapsraad
4.7 Klachtenregeling
4.8 Ouderbijdrage
4.9 Fysiek ingrijpen
4.10 Schorsing en verwijdering
4.11 De GGD in het speciaal onderwijs
PRAKTISCHE INFORMATIE EN HUISHOUDELIJKE ZAKEN
5.1 Namen en adressen
5.2 De nieuwsbrief
5.3 Schooltijden, onderwijstijd, vakanties
5.4 Schoolvervoer
5.5 Overblijven
5.6 Schoolreis en schoolkamp
5.7 Veiligheid in de school
5.8 Lijst met afkortingen
5.9 Vakantierooster
WIM MONNEREAU-SCHOOL
Openbaar speciaal onderwijs
WOORD VOORAF
- Waarom een schoolgids?
Voor u ligt de schoolgids van de Wim Monnereau-school, een school voor speciaal basisonderwijs in Veendam. In deze gids proberen wij een beeld te geven van de school en haar ontwikkeling. Ook willen wij op deze manier (toekomstige) ouders en andere belangstellenden inzicht geven in onze doelen, werkwijzen en activiteiten. Deze schoolgids laat zien wat ouders van de school kunnen verwachten en wat de school voor een kind kan betekenen.
- Wat staat er in deze schoolgids?
In deze schoolgids vindt u informatie over de school en over het onderwijs zoals dat wordt gegeven. We informeren u hoe wij de zorg voor de aan ons toevertrouwde kinderen hebben georganiseerd. U leest informatie over het team en over de samenwerking met de ouders en u vindt hierin de adressen van het bevoegd gezag, de inspectie en andere instanties die met de school te maken hebben.
- Wie hebben aan de schoolgids gewerkt?
De schoolgids is geschreven door de directie van de school na consultatie van en in overleg met het schoolteam. De schoolgids heeft de instemming van de medezeggenschapsraad. In deze raad zitten zowel leerkrachten als ouders.
- Verzoek aan ouders om te reageren.
Wij hopen dat deze gids er toe bijdraagt dat ouders, gedurende de periode dat hun kinderen onze school bezoeken, positief kritisch zijn ten opzichte van de school en er een aanknopingspunt in vinden met ons in gesprek te treden. Dat kan de kwaliteit van ons onderwijs alleen maar ten goede komen. Wij wensen u dan ook niet alleen veel leesplezier in deze gids, maar verzoeken u ook naar schooldirectie, leerkrachten of medezeggenschapsraad te reageren wat betreft zaken die u mist of die vragen bij u oproepen. We hopen dat deze gids een bijdrage levert tot een optimale communicatie tussen ouders en school.
1 DE SCHOOL
1.1 Identiteit
De Wim Monnereau-school is een openbare school voor speciaal basisonderwijs (sbo) in het Samenwerkingsverband 1.04. Het Samenwerkingsverband wordt gevormd door scholen uit de gemeenten Veendam, Pekela, Menterwolde en Aa en Hunze. De school wordt voor een deel bekostigd door de gemeente Veendam en voor een deel door het Bevoegd Gezag van het Samenwerkingsverband.
De identiteit van de school is openbaar. Dat wil zeggen dat iedereen, ongeacht afkomst, politieke overtuiging of godsdienst welkom is. De school valt onder de Stichting OPO.
1.2 Situering van de school
De school ligt aan de rand van het centrum van Veendam in de directe omgeving van het zwembad, de sporthal, het busstation en het cultuurcentrum Van Beresteyn. Het schoolgebouw telt o.a. 13 groepslokalen, een centrale hal, een handvaardigheid/ technieklokaal, een speellokaal, een computerlokaal, een kooklokaal, een taalleeslokaal en diverse overige voorzieningen zoals een orthotheek, een documentatiecentrum en een logopediekamer.
1.3 Schoolgrootte
De groepen hebben een gemiddelde groepsgrootte van vijftien leerlingen. De leerkrachten werken al of niet in deeltijd. Het onderwijs wordt ondersteund door vakleerkrachten gymnastiek, een onderwijsassistent, een logopediste, een kinderfysiotherapeut, een motorisch remedial teacher, een psycholoog, een (school)maatschappelijk werkende, een zorgcoördinator , een orthopedagoog, een administratieve kracht en een conciërge.
1.4 Onze ambitie
De Wim Monnereau-school wil een school zijn die de problematiek van zijn leerlingen accepteert. Ze leert leerlingen omgaan met eigen problemen en die van anderen.
Ze wil een school zijn waar kinderen het maximaal haalbare leren maar ook een school waar kinderen zich kunnen ontwikkelen tot een individu met zelfvertrouwen, zelfkennis en positief gedrag. Een extra accent krijgt de taalontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling van de kinderen.
We willen op deze wijze bijdragen aan een goede persoonlijkheidsontwikkeling en aan een goede ontwikkeling van het burgerschap.
De Wim Monnereau-school: Een cirkel van aandacht.
1.5 Waar de school voor staat
De school is gericht op kinderen van 4 tot 12 à 13 jaar, die om uiteenlopende redenen het regulier basisonderwijs niet kunnen volgen. Onze school is er voor kinderen met leerproblemen, maar er zijn ook hyperactieve kinderen, kinderen met een contactstoornis, angstige kinderen, emotioneel geremde kinderen, of kinderen met een combinatie hiervan. Gezien de leerachterstand, en/of problematiek, zijn deze leerlingen gebaat bij een specifiek kindgerichte, gestructureerde aanpak. De school richt zich op het leren accepteren van de problematiek, waarbij het omgaan met eigen problemen en die van anderen centraal staat. Het accent ligt voornamelijk in de opvoedkundige en didactische aanpak. Opvoedkundig omdat alle kinderen geleerd wordt om te gaan met hun specifieke problematiek en die van anderen. Didactisch, omdat bij alle kinderen getracht wordt de leerachterstand tot een minimum te beperken, rekening houdend met de individuele mogelijkheden. Een extra accent wordt gelegd op de sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van de kinderen. Ook krijgt de taalontwikkeling extra aandacht, vooral van het jonge kind. Op deze wijze willen we bijdragen aan een goede persoonlijkheidsontwikkeling waarbij het gevoel van eigenwaarde zich op een juiste, passende manier ontwikkelt, altijd met respect en waardering voor anderen, ongeacht leeftijd, sekse, levensovertuiging, ras, cultuur of sociale achtergrond.
1.6 Schoolkenmerken
De Wim Monnereau-school kan als volgt worden gekenmerkt:
|
kleine groepen van gemiddeld 12 tot 16 leerlingen | |
|
brede deskundigheid | |
|
een klimaat dat zich kenmerkt door acceptatie, tolerantie en bemoediging | |
|
sociaal-emotionele ondersteuning van leerlingen | |
|
planmatig werken en leerkrachtbegeleiding | |
|
therapeutische mogelijkheden, zoals fysiotherapie, logopedie, motorisch remedial teaching | |
|
intensieve werkrelaties met instellingen voor (school)maatschappelijk werk, jeugdhulpverlening en jeugdgezondheidszorg | |
|
werkrelaties met pabo’s, schoolbegeleidingsdienst(en) en mbo-opleidingen | |
|
voortdurende evaluatie en zorg voor kwaliteitsontwikkeling | |
|
voortdurende professionalisering van medewerkers |
1.7 Het schoolklimaat
Om bovengenoemde ambitie waar te kunnen maken streven we er naar een plek te zijn, waar kinderen graag vertoeven en zich veilig en geborgen voelen. De omgang met de kinderen is dan ook open, altijd vanuit een positief opvoedingsperspectief. De school ontwikkelt verschillende activiteiten die samen dit open klimaat bepalen. Rust, vaste afspraken, structuur en regelmaat zijn bij het beschrijven het schoolklimaat kernbegrippen. In een dergelijke omgeving kan door de leerlingen geconcentreerd en gemotiveerd gewerkt worden. We willen leerlingen vertrouwen laten krijgen in eigen kunnen. Met de ouders streven wij een open communicatie na, onafhankelijk of dit de ontwikkeling van hun kind(eren) betreft of de totale schoolontwikkeling. Dit gebeurt door contactavonden, informatieavonden, huisbezoeken, thema-avonden en koffieochtenden / theemiddagen.
1.8 De schoolorganisatie
De school is ingericht zoals weergegeven in het volgende schema. Er zijn in principe acht leerjaren. Het onderwijs wordt gegeven in jaargroepen. Voor de vakken taal/lezen en rekenen wordt er gewerkt in niveaugroepen. Dit betekent dat kinderen uit verschillende groepen (geldt niet voor ob 2 en 3) bij elkaar zitten. Binnen de jaargroepen wordt ook gedifferentieerd. Op basis van het onderwijskundig rapport en recent schoolonderzoek kan het zorgteam van mening zijn dat de standaardaanpak van het SBO onvoldoende is om aan de hulpvraag van de leerling te voldoen. Deze leerlingen worden op basis van handelingsplannen individuele programma's aangeboden. Omdat wij in groepen van gemiddeld vijftien kinderen werken, kan het gedrag van de kinderen beter gestuurd en gecorrigeerd worden. Leerlingen (individueel en als groep) worden besproken in het zorgteam, bestaande uit de zorgcoördinator , orthopedagoog, schoolpsycholoog en betrokken leerkracht. Zaken die het beleid van de school betreffen worden besproken en beslist in de voltallige teamvergadering, met instemming / advies van de medezeggenschapsraad. In de bouwvergaderingen en in werkgroepen/commissies worden tevens organisatie- en uitvoeringszaken besproken. We organiseren en nemen deel aan allerlei activiteiten op het gebied van vieringen, sport en spel, cultuur, e.d.
In schema:
|
Onderbouw: |
Groep: |
|
4 – 5 jaar |
(geen leerlingen) |
|
5 - 6 –7 jaar |
B |
|
7 - 8 jaar |
D |
|
(7)-8-9 jaar |
E |
|
9 – 10 jaar |
G |
|
Verschillende leeftijden |
F ( opvanggroep) |
|
Bovenbouw: |
Groep: |
|
9 – 10 jaar |
H |
|
10 – 11 jaar |
I |
|
11 – 12 jaar |
J |
|
10 -11 – 12 jaar |
K |
|
10 -11 – 12 jaar |
L |
|
10 -11 – 12 jaar |
M |
Ten aanzien van de leeftijd van de leerlingen moet worden opgemerkt dat er uitzonderingen mogelijk zijn c.q. voorkomen.
Uitstroom van de leerlingen op 12 / 13 jarige leeftijd, op basis van toetsing en leerlingbespreking, naar praktijkschool en vmbo.
1.9 Grenzen bij de opvang
De kinderen die onze school bezoeken zijn kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar tot 13 jaar, met speciale onderwijsbehoeften op het gebied van leren en het omgaan met zichzelf en met anderen. Zij hebben speciale zorg en begeleiding nodig.
Wij helpen leerlingen aan wie een reguliere basisschool niet voldoende hulp kan bieden. Bij veel leerlingen is sprake van beperkte leermogelijkheden en/of contactuele beperkingen. Het aantal leerlingen met persoonlijkheidsstoornissen en problemen in de omgang met anderen neemt toe. Ook de zwaarte van de problematiek neemt toe. De Wim Monnereau-school gaat zich meer specialiseren in de onderwijs- en zorgbehoefte die deze categorie leerlingen nodig heeft. Er zijn echter grenzen bij de opvang van leerlingen.
Wij kunnen niet alle leerlingen helpen. Ze moeten kunnen functioneren binnen de condities van het SBO. Dit betekent dat de leerlingen:
|
In een groep kunnen functioneren | |
|
Binnen een groepsgrootte van 10 tot 15 leerlingen | |
|
Een IQ hebben vanaf ZML-niveau tot gemiddeld | |
|
Beïnvloedbaar zijn (ze moeten kunnen profiteren van instructie, leiding en begeleiding) | |
|
Een bepaalde mate van zelfstandigheid hebben; ze moeten gedurende bepaalde momenten af kunnen zien van direct contact met of ondersteuning van de leerkracht. |
Nieuwe leerlingen (eventueel met een tijdelijke beschikking) kunnen worden geplaatst in een opvanggroep.
1.10 Het schoolbeleidsplan
Het schoolbeleidsplan van de Wim Monnereau-school geeft de schoolontwikkeling aan zoals we ons die van de school voor speciaal basisonderwijs voorstellen in de periode 1 augustus 2007 tot 1 augustus 2011.
Met andere woorden: waar staan we nu als school voor speciaal basisonderwijs en waar willen we zijn als school voor speciaal basisonderwijs in 2011?
Door de schoolontwikkeling te beschrijven in het schoolbeleidsplan willen we de betrokkenen bij de school hierover duidelijkheid bieden en leggen we verantwoording af naar ons bevoegd gezag de gemeente Veendam en de schoolinspectie. Dit schoolbeleidsplan van de Wim Monnereau-school past binnen de kaders van het schoolplan op bestuursniveau van de Stichting OPO.
De medezeggenschapsraad is op de hoogte van het tot stand komen van dit schoolbeleidsplan.
Het schoolbeleidsplan ligt ter inzage op school.
1.11 ICT (Informatie- en communicatietechnologie)
Het ICT-beleidsplan van de Wim Monnereau-school geeft de ICT-ontwikkeling aan zoals we ons die van de school voorstellen in de komende jaren. Het ICT-beleidsplan ligt ter inzage op school.
2 SPECIAAL BASISONDERWIJS
2.1 De basisproblemen van onze leerlingen
De Wim Monnereau-school streeft er naar een plek te zijn waar kinderen graag vertoeven en zich veilig en geborgen voelen. De omgang met de kinderen is open, altijd vanuit een positief opvoedingsperspectief. De sociaal-emotionele ontwikkeling en het ontwikkelen van een gezonde werkhouding en zelfvertrouwen vormen de basis voor het leren. Bij kinderen met beperkte leermogelijkheden is het informatieverwerkingsproces langdurig vertraagd en / of belemmerd. De leerling heeft bijvoorbeeld moeite met het leren lezen, de boodschap in een tekst wordt niet begrepen. Beperkte leermogelijkheden worden vaak veroorzaakt door een geringe intelligentie of een neurologische afwijking. Kinderen met contactuele beperkingen hebben vaak moeite met het inschatten van sociale situaties. Het kind kan zijn of haar gedrag moeilijk afstemmen op de situatie. Ook kan het kind slecht omgaan met verandering. Een afwijking van het lesrooster of een andere juf of meester zal in de meeste gevallen veel onrust veroorzaken.
Speciaal basisonderwijs is vooral anders dan regulier basisonderwijs. Meestal hebben de leerlingen een achterstand op meerdere gebieden. Vaak hebben de kinderen weinig geloof meer in eigen kunnen en zijn ze het vertrouwen in anderen kwijt.
De Wim Monnereau-school is een school voor Speciaal Basisonderwijs die een schoolklimaat voor deze leerlingen weet te scheppen, waarin door hen geconcentreerd en gemotiveerd gewerkt kan worden. We willen de leerlingen weer vertrouwen laten krijgen in eigen kunnen. Met de ouders streven wij een open communicatie na, onafhankelijk of dit de ontwikkeling van hun kind betreft of de totale schoolontwikkeling. We organiseren contactavonden, informatieavonden, thema-avonden en koffieochtenden. Tijdens de huisbezoeken wordt over de ontwikkeling en het welzijn van de leerling gesproken. De leerkracht tracht hierbij (soms in samenwerking met de schoolmaatschappelijk werker) de ouders van advies te voorzien.
2.2 Activiteiten van de kinderen
In de onderbouwgroepen wordt op een ongedwongen, maar wel consequente wijze de totale ontwikkeling van de leerlingen gestimuleerd. Dit betreft alle aspecten van hun ontwikkeling aan de hand van diverse soorten werklessen, allerlei verbale activiteiten, aandacht voor sociale vaardigheden, diverse vormen van bewegingsonderwijs en muzikale vorming. Een extra accent wordt gegeven aan de taalontwikkeling van de kinderen. Dit gebeurt in klassikale situaties (in de kring bijvoorbeeld), bij de verbale activiteiten (gespreksvormen, verhalen vertellen, prentenboeken, poppenkast, dramatiseren, e.d.). Voor verschillende vaardigheden ontwikkelen we in de onderbouw doorgaande lijnen. Ook de overige leergebieden zoals die in de wet op het primair onderwijs genoemd worden krijgen langzamerhand vulling. Het verwezenlijken van de kerndoelen is hierbij uitgangspunt. Voor sommige van onze leerlingen gaat het aanbod van de kerndoelen te ver. We spannen ons in de leerlingen optimaal toe te rusten, passend bij hun mogelijkheden en capaciteiten. Kerndoelen zijn beschrijvingen van wat leerlingen in elk geval moeten leren op de basisschool. Bij de samenstelling van de groepen wordt gekeken in welke groep een leerling het beste past het komende jaar op basis van zijn/haar sociaal-emotionele ontwikkeling. De groepssamenstellingen wisselen jaarlijks en soms ook tussentijds omdat leerlingen zich in een verschillend tempo kunnen ontwikkelen. Binnen een groep kunnen leeftijdsverschillen voorkomen van één, twee, en soms drie jaren.
Bij de jongere leerlingen wordt veelal thematisch gewerkt en bij de planning van de activiteiten worden de methoden en programma’s zoveel mogelijk hierin verweven. Zodanig, dat de leerdoelen aan bod komen en er geen gebieden worden overgeslagen. Daar waar een kind meer specifieke hulp op een bepaald terrein nodig heeft kan dan apart geoefend worden via een programma.
Het werken met thema’s vindt ook plaats in de bovenbouw. Echter in de bovenbouw ligt het accent meer op programmatisch werken.
Er zijn kerndoelen voor:
|
Nederlandse taal en Engelse taal. | |
|
Rekenen en wiskunde. | |
|
Oriëntatie op mens en wereld (= aardrijkskunde, natuuronderwijs, geschiedenis, de Samenleving, techniek, milieu, gezond en redzaam gedrag). | |
|
Lichamelijke opvoeding. | |
|
Kunstzinnige oriëntatie (= tekenen, handvaardigheid, muziek, spel / bevordering van het taalgebruik en beweging). |
Naast de kerndoelen voor de leergebieden zijn er kerndoelen gericht op algemene vaardigheden. Ze zijn gegroepeerd rond zes thema’s:
|
Werkhouding: de leerlingen hebben belangstelling voor de wereld om hen heen en zijn gemotiveerd deze te onderzoeken | |
|
Werken volgens plan: de leerlingen kunnen een plan opstellen en er naar handelen | |
|
Sociaal gedrag: de leerlingen leveren een positieve bijdrage in een groep. | |
|
Communicatietechnologie: de leerlingen werken met de computer en met internet. | |
|
Zelfbeeld: de leerlingen leren met hun eigen mogelijkheden en grenzen om te gaan. | |
|
Gebruik van uiteenlopende leerstrategieën: de leerlingen kunnen bij
leeractiviteiten |
Kerndoelen beschrijven het onderwijsaanbod in grote lijnen, in de leerboeken (methoden) die we in school gebruiken, wordt de leerstof verder uitgewerkt. Wij gebruiken in school de volgende methoden:
Lezen: Goed Gelezen, Leeslijn, Speciale Leesbegeleiding
Nederlandse taal: Taal op Maat
Engels: English spoken, Let’s do it!
Spelling: Spelling op Maat
Rekenen en wiskunde: Rekenrijk en Maatwerk
Aardrijkskunde: Land in zicht, De Wereld Dichtbij
Geschiedenis: Speurtocht
Natuuronderwijs: In vogelvlucht, Teleac NOT
Lichamelijke ontwikkeling: Planmatig bewegingsonderwijs
Kunstzinnige oriëntatie: Moet je doen!
Verkeer: Op voeten en fietsen, Proefexamens, NOT
Schrijven: Schrijven leer je zo, Handschrift
Koken: Eigen materiaal.
Naast de methoden gebruiken we in de les verschillende andere leer- en hulpmiddelen, een deel daarvan is door ons zelf ontwikkeld, passend bij de eigen schoolaanpak.
In groepen K,L en M volgen de leerlingen 45 min. per week lessen geestelijke stromingen.
Deze lessen zijn overigens niet verplicht. De leerlingen nemen in school deel aan alle voor hen bestemde activiteiten. Vrijstelling van deelname aan bepaalde activiteiten wordt alleen (in bijzondere gevallen, o.a. godsdienstige overwegingen) verleend door het bevoegd gezag van de school. Er wordt dan tevens besloten aan welke vervangende activiteiten deelgenomen wordt.
2.2 Het eigen gezicht van de school
Niet alles wat op school gebeurt, is voorgeschreven in kerndoelen. Er is ruimte voor een eigen specifiek onderwijsaanbod. Hierna volgen voorbeelden waarin u het eigen gezicht van de school herkent:
Sociaal-emotionele ontwikkeling.
Leerlingbegeleiding op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling vraagt op onze school extra aandacht. Het gaat dan om de aanpak van concentratie- en gedragsproblemen, om onrust en onverdraagzaamheid in de groep en ook om zaken als het vervagen van regels, normen en waarden. Met behulp van sociale vaardigheid trainingsprogramma’s (PAD / Accare) werken we nadrukkelijk door de hele school systematisch aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Er wordt o.a. aandacht besteed aan:
|
het verbeteren van inzicht in eigen emoties en in die van anderen; | |
|
het bevorderen van een positiever en realistischer zelfbeeld; | |
|
het bieden van inzicht in omgangsvaardigheden met anderen; | |
|
het steeds meer zelfstandig problemen leren oplossen; | |
|
eigen gedachten, gevoelens en opvattingen kunnen hanteren en duidelijk maken; | |
|
zich kunnen verplaatsen in opvattingen en eigenschappen van anderen; | |
|
inzicht verwerven in verschillen en overeenkomsten tussen etnische groepen; | |
|
omgaan met conflictsituaties. |
Gezond en redzaam gedrag.
Veel aandacht is er op onze school voor deze gebieden. Leren is hier vooral ervarings- en handelingsgericht. Redzaam gedrag houdt o.a. in: verkeerslessen en het trainen van sociale vaardigheden. Vaak biedt de dagelijkse schoolpraktijk volop oefensituaties. Alle leerlingen blijven over op school. Dat betekent dat er met de leerlingen wordt gegeten. Een doel daarbij is om de leerlingen kennis, inzicht en vaardigheden te laten verwerven ten aanzien van een gezond gedragspatroon. Wij willen leerlingen leren welke verzorging het lichaam nodig heeft m.b.t. voeding, beweging en rust, frisse lucht en hygiëne.
Motorische ontwikkeling.
Bij veel van onze leerlingen is extra aandacht voor de ontwikkeling van de motoriek in brede zin noodzakelijk. We besteden daar op de volgende manier extra zorg aan: schoolzwemmen, lichamelijke opvoeding, MRT (motorische remedial teaching) en zonodig fysiotherapie. Bij de lessen lichamelijke opvoeding is het dragen van gymschoenen verplicht en moeten de leerlingen een handdoek meenemen voor het douchen.
MRT-lessen (extra bewegingsonderwijs) worden in groepen B en D klassikaal gegeven. Bij de jonge leerlingen zijn de lessen vooral gericht op de grove motoriek en bij de oudere leerlingen op de fijne (schrijf) motoriek. Voor de schrijfmotoriek wordt gebruik gemaakt van de methode: “Novoskript” . Na een screening kunnen een aantal leerlingen uitgenodigd worden om aan extra lessen MRT mee te doen. Uiteraard gebeurt dit in overleg met ouders en groepsleerkracht. Ook kunnen de leerlingen oefeningen mee naar huis krijgen.
Sociale vaardigheidstraining
De bovenbouw (schoolverlaters) doet jaarlijks mee aan het Marietje Kesselsproject. Dit is een project (weerbaarheidstraining) waarin de sociale vaardigheden voor bepaalde onderwerpen worden getraind. Jaarlijks ontvangen de ouders hierover nadere informatie.
Doe-activiteiten
Naast verwerking van leerstof in schrift of op werkblad gaan leerlingen bij ons veel zelf aan de slag: zelf maken, ontwerpen, meten, tellen, bouwen, zelfverzorging, koken, proeven en bekijken. Leerlingen krijgen kortom mogelijkheden om zelfontdekkend en praktisch te leren !
Computergebruik
Naast de gebruikelijke computers in de klas gaan de leerlingen aan het werk in het computerlokaal waar aan de hele groep gerichte instructie wordt gegeven. Gebruik en toepassing van de computer vindt zo optimaal plaats.
Aanleren van metacognitieve vaardigheden
Het gaat er hierbij om dat kinderen beter het eigen handelen leren begrijpen en sturen: als ik rustig lees, lukt het veel beter dan wanneer ik me haast. Als ik veel oefen en herhaal onthoud ik de dingen beter. Ik ben iemand die beter niet bij het raam kan zitten, ik ben dan sneller afgeleid. Als ik merk dat ik een gelezen zin niet begrijp, heb ik waarschijnlijk niet goed gelezen. Kinderen leren controle uitoefenen over het ‘eigen leren’.
Praktijkaccent
Binnen onze doelgroep kunnen we een groep leerlingen onderscheiden die een stagnatie laten zien in hun ontwikkeling. Door extra begeleiding lukt het niet om deze stagnatie op te heffen en blijft de vooruitgang minimaal. De leerlingen kunnen daardoor een motivatieprobleem en een negatief zelfbeeld ontwikkelen.
Deze leerlingen bieden we een vorm van onderwijs, zo ingericht, dat ze met plezier naar school blijven gaan, succes ervaren en zelfvertrouwen krijgen. In de praktijk betekent dat, dat het onderwijs vooral cognitief ingericht is en er daarnaast zonodig ruimte is voor een praktische invulling. In samenwerking met de Winkler Prins Praktijkschool kunnen we zonodig een leerprogramma voor enkele leerlingen samenstellen.
2.4 De verdere ontwikkeling van de school
De totale school en de twee bouwen zijn voortdurend bezig om het onderwijsaanbod van het SBO te ontwikkelen en te verbeteren. Dit gebeurt door het ontwikkelen van een doorgaande lijn in de school, door het kiezen van goede materialen, goede moderne methoden, door zelf aanvullend materieel te maken, door doorlopend kritisch naar het eigen product te kijken, door werkwijzen aan te passen, door cursussen te volgen en nieuwe inzichten binnen de school te halen, door veel overleg tussen de leerkrachten, in de bouwen en in het totale team. De concrete schoolontwikkelingsactiviteiten en prioriteiten staan beschreven in het schoolplan. Dit ligt voor u ter inzage op school.
2.5 Plaatsing in het SBO
De school maakt deel uit van een regionaal samenwerkingsverband Primair Onderwijs van 30 basisscholen in en rond Veendam. Dit samenwerkingsverband richt zich vooral op een betere afstemming van het gegeven onderwijs op school en de capaciteiten van de kinderen en op het terugdringen van het aantal verwijzingen naar het speciaal (basis)-onderwijs (de doelen van Weer Samen Naar School', WSNS). Het samenwerkingsverband stelt zich ten doel een samenhangend geheel van zorgvoorzieningen binnen en tussen basisscholen en in samenwerking met onze school te realiseren, op een zodanige manier dat zoveel mogelijk leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken. Het advies van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het samenwerkingsverband kan voor een leerling uiteindelijk luiden, dat de leerling het beste af is op een school voor speciaal basisonderwijs.
Zodra de leerling een beschikking van de Permanente Commissie Leerlingenzorg heeft en ouders te kennen geven hun kind op onze school te willen plaatsen, wordt de schoolgids verstrekt of verstuurd en wordt een afspraak voor een gesprek gemaakt. In dit gesprek dat door de zorgcoördinator wordt gevoerd, wordt een beeld geschetst van de school en van de plaatsingsprocedure. Ook wordt een rondleiding door de school gegeven. Het gesprek duurt ongeveer een uur.
Hebben de ouders besloten hun kind bij onze school aan te melden, dan wordt de plaatsingsdatum bepaald. Jaarlijks zijn er in principe vier plaatsingsdata. ( hiervan kan in voorkomende gevallen worden afgeweken). Voorafgaand aan de plaatsingsdatum is er een kennismakingsdag waarop de zorgcoördinator eventueel aanvullend onderzoek doet en waar kennis gemaakt wordt met de leerkracht, maar ook met het lokaal en de andere kinderen en waar de eerste afspraken worden gemaakt. Jaarlijks wordt bezien of continuering van het verblijf noodzakelijk is of dat terugplaatsing naar het basisonderwijs kan worden overwogen. Ouders kunnen tegen een beschikking van de PCL bezwaar aantekenen. De PCL stelt dan een termijn waarbinnen de ouders een deskundigenadvies of overige informatie kunnen indienen.
Deze informatie wordt door de PCL bij de besluitvorming betrokken. Met betrekking tot schorsen of verwijderen volgt de school de wettelijke voorschriften (artikel 26 wet primair onderwijs).
2.6 Leerlingbegeleiding in het SBO
De school kent een uitgebreid zorgsysteem voor de kinderen, dit is beschreven in het zorgplan van de school. De psycholoog, orthopedagoog, de schoolmaatschappelijk werkster en de zorgcoördinator vormen het zorgteam. Het zorgteam heeft tot taak te adviseren over de begeleiding van de leerlingen. Het zorgteam kan van mening zijn:
|
Dat de standaardaanpak van het SBO ( eventueel van een bepaalde groep binnen het SBO) voldoende is om aan de hulpvraag van de leerling te voldoen. | |
|
Dat er voor de leerling een speciale aanpak ontwikkeld moet worden. Er wordt, in overleg met de leerkracht, een handelingsplan opgesteld.Nieuwe leerlingen (instromers) worden zo snel mogelijk in de overlegstructuur van de hoofdstroom opgenomen. |
Nieuwe leerlingen (instromers) worden zo snel mogelijk in de overlegstructuur van de hoofdstroom opgenomen.
De wijze waarop het dagelijkse werk van kinderen wordt
bekeken en beoordeeld en de middelen die worden gebruikt om vorderingen van
leerlingen te verzamelen
Dagelijks wordt het werk van de kinderen bekeken en
beoordeeld. Bij de jongste kinderen gebeurt dit vooral door middel van
observaties, bij oudere leerlingen naast observaties door middel van
beoordelingen van het gemaakte werk. Al in de onderbouw worden kennis en
vaardigheden regelmatig getoetst. De leerkracht verzamelt de toetsresultaten in
een map. Ook worden de leerlingen wat betreft taalontwikkeling, spelling,
begrijpend lezen en rekenen per halfjaar getoetst d.m.v. een Cito-toets.
Hierbij horen landelijke, objectieve normen en kan dus gezien worden hoe de
leerling staat ten opzichte van deze norm. De resultaten van de Cito-toetsen
worden opgenomen in het leerlingvolgsysteem. In de bovenbouw worden
toetsgegevens mede gebruikt voor een advies wat betreft de beste vorm van
vervolgonderwijs.
De verslaggeving van gegevens over leerlingen door de groepsleerkracht
De wijze waarop het welbevinden en de leervorderingen van de kinderen besproken wordt met ouders
2.7 Begeleiding naar het vervolgonderwijs/ procedure schoolverlaters
Voor de kerstvakantie is er in school een algemene informatieavond waarop voorlichting gegeven wordt over het vervolgonderwijs. In individuele gesprekken met ouders (en leerling) wordt daarna besloten bij welk vervolgonderwijs de leerling wordt aangemeld. De ouders ontvangen van de school een advies naar aanleiding van het onderwijskundig rapport dat de school voor iedere schoolverlater ten behoeve van de ontvangende school opstelt. Aan het advies van de leerkracht ligt een aantal gegevens ten grondslag, zoals de afsluitende toetsen van het leerlingvolgsysteem, de wens van de leerling en de ouders. Maar bovenal het beeld dat het team van de leerling heeft. Hierbij gaat het niet alleen om toetsresultaten, meer veel meer om allerlei persoonskenmerken. Als in de adviesgesprekken de schoolkeuze met de ouders is overeengekomen, worden de leerlingen aangemeld. Deze aanmelding wordt door de school verzorgd. De Regionale Verwijzings Commissie (RVC) beslist of een leerling wordt toegelaten tot de betreffende school.
2.8 Leerling Gebonden Financiering (Het rugzakje)
Per 1 augustus 2003 is de nieuwe Wet Leerlinggebonden financiering van kracht. Deze wet is bedoeld voor kinderen met een ernstige beperking of stoornis die speciale hulp nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen, zoals: blinde of slechtziende kinderen (cluster 1), dove of slechthorende kinderen of kinderen met ernstige spraak- of taalmoeilijkheden (cluster 2), kinderen met een ernstige verstandelijke beperking of (somatisch) langdurig zieke kinderen (cluster 3), kinderen met een psychische stoornis en ernstige gedragsproblemen (cluster 4).
Ouders van kinderen met een beperking of stoornis kunnen voortaan kiezen: hun kind gaat naar een speciale school óf naar een reguliere school voor basisonderwijs. Zij moeten daarvoor wel een indicatieprocedure doorlopen waarin besloten wordt of de leerling toelaatbaar is. Kiezen de ouders voor een reguliere school dan wordt er een leerlinggebonden budget beschikbaar gesteld, het bekende rugzakje. Daarmee kan de reguliere school in overleg met de ouders speciale hulp voor het kind inkopen. Kiezen de ouders voor speciaal onderwijs, dan gaat hun kind naar een school die behoort tot een van de vier clusters. De scholen die tot hetzelfde cluster behoren, werken samen in een Regionaal Expertise Centrum (REC).
Elk REC heeft een onafhankelijke Commissie van Indicatiestelling (CvI). Deze commissie werkt volgens een bepaalde procedure en beoordeelt of een leerling in aanmerking komt voor speciaal onderwijs. Dat gebeurt met behulp van landelijk geldende indicatiecriteria.
3 HET PERSONEEL
3.1 Wijze van inzet van het personeel
De school streeft wat betreft inzet van leerkrachten naar duidelijkheid voor leerlingen en ouders. Dit betekent dat groepen één of twee vaste Ieerkrachten hebben, die op vaste dagen van de week de groep begeleiden. Voor de zomervakantie wordt meegedeeld welke Ieerkracht(en) welke groep gaat begeleiden in het nieuwe schooljaar.
3.2 De samenstelling van het team
|
De dagelijkse leiding van de school ligt in handen van de directeur. Hij is eindverantwoordelijk voor de totale organisatie en de inhoud van het onderwijs, alsmede voor de voortdurende ontwikkeling ervan. Wekelijks heeft de directeur overleg met de coördinatoren van onderbouw, bovenbouw en zorg. ( het M.T.= managementteam) | |
|
De onder- en bovenbouwcoördinator coördineren en bewaken in alles hun bouw. | |
|
De zorgcoördinator organiseert, coördineert en bewaakt de leerlingenzorg binnen de school. Ondersteunt collega’s bij het uitvoeren van zorgactiviteiten en bewaakt de afstemming van de leerlingenzorg op schoolniveau. Voert gesprekken met ouders en leerkrachten en ziet toe op naleven van gemaakte afspraken. Neemt toetsen af bij leerlingen en observeert incidenteel in de groepen. | |
|
De groepsleerkrachten verzorgen orthopedagogisch en orthodidactisch onderwijs. Zij hebben zich gespecialiseerd in het omgaan met leer- en gedragsproblemen en geven al of niet parttime les in een van de groepen. Hiernaast heeft elk van de groepsleerkrachten andere taken ten dienste van de bouw of van de gehele school. | |
|
De vakleerkracht bewegingsonderwijs geeft elke week gymles en verzorgt de lessen MRT. De ICT-coördinator (informatie- en communicatietechnologie) ontwikkelt activiteiten op het terrein van de nieuwe media: toepassing, gebruik, inzet en beheer computers. | |
|
De schoolpsycholoog en orthopedagoog onderzoeken en observeren kinderen, individueel en in de groepen en geven adviezen voor hun begeleiding. | |
|
De jeugdarts onderzoekt de kinderen en fungeert als tussenpersoon tussen school en andere medici bij wie een kind onder behandeling is. | |
|
De onderwijsassistent assisteert zonodig alle leerkrachten. De schoolmaatschappelijk werkende onderhoudt het contact tussen school en ouders. De logopediste behandelt leerlingen met spraak/taal problemen. | |
|
De kinderfysiotherapeut (eigen praktijk) kan op verwijzing van een arts binnen de school leerlingen behandelen. | |
|
De conciërge en de administratieve medewerker verrichten ondersteunende taken binnen de school. |
Vervanging bij ziekte, arbeidsduurverkorting, bapo en ouderschapsverlof
Wat betreft vervanging bij cv ( compensatieverlof, voorheen ADV genoemd), bapo en ouderschapsverlof, streven wij naar duidelijkheid vooraf. Aan het begin van het schooljaar wordt bekend gemaakt welke leerkracht de juf of meester bij zijn of haar afwezigheid vervangt. Vervanging bij ziekte is vooraf niet te plannen. Zodra een Ieerkracht zich ziek meldt, wordt een vervanger gezocht uit de beschikbare vervangingspool. Indien geen vervanger wordt gevonden worden de kinderen over andere groepen verdeeld.
4 OUDERS EN SCHOOL
4.1 Ouderbetrokkenheid
- Het belang van de betrokkenheid van ouders
Hoewel de leerkrachten verantwoordelijk zijn voor het onderwijs in de groep achten wij betrokkenheid van ouders hierbij van belang. Deze betrokkenheid kan zich uiten in het tonen van belangstelling voor het wel en wee van het kind en de groep maar ook in het daadwerkelijk helpen bij uiteenlopende activiteiten. Aan het begin van het schooljaar kunnen ouders zich voor verschillende activiteiten opgeven, zoals:
|
het begeleiden van groepjes kinderen bij spelletjesmiddagen in de onderbouw | |
|
het vervoer van kinderen in geval van een excursie of schoolreis | |
|
het mede begeleiden van groepen bij excursies | |
|
het begeleiden van kinderen bij sportactiviteiten | |
|
het helpen bij vieringen en feesten |
Ook hier geldt dat de eindverantwoordelijkheid altijd bij de leerkracht blijft en dat ouders, wat ze ook doen, altijd in opdracht en onder leiding van leerkrachten de werkzaamheden verrichten.
- Informatievoorziening aan ouders over het onderwijs en de school
De school acht betrokkenheid van ouders bij de school van belang. Wezenlijk daarbij is de informatievoorziening. De school onderneemt wat dit betreft een aantal activiteiten. Zo wordt eens per maand de nieuwsbrief uitgegeven. Hierin staan o.a. een agenda voor de komende weken en verslagen van activiteiten en artikelen uit de bouwen.
Aan het begin van het schooljaar (september) wordt in elke groep een informatieavond belegd, waarin het programma van de groep wordt besproken, evenals afspraken, regels en bijzondere activiteiten die de groep betreffen.
Tweemaal in een schooljaar is er een contactavond (januari en juni) waarop met de leerkracht over de ontwikkeling en de prestaties van het kind kan worden gesproken. Ook kunnen de ouders gebruik maken van een 10-minuten gesprek (maart/april) om te praten over hun kind. Voor de ouders bestaat er altijd de mogelijkheid op elk gewenst moment de ontwikkeling van het kind met de leerkracht te bespreken.
Korte zakelijke mededelingen worden voor schooltijd via de administratie gedaan, voor een langer durend gesprek dient wel even een afspraak te worden gemaakt. Ook gaan de leerkrachten één keer per jaar op huisbezoek.
4.2 Schoolmaatschappelijk werk
Sinds oktober 2003 is er een spreekuur van het Schoolmaatschappelijk Werk op school. Op de dinsdagochtend en donderdagochtend is de schoolmaatschappelijk werkende bereikbaar voor kinderen, ouders en leerkrachten die vragen of problemen hebben en waar ze met iemand over willen praten.
Ook maakt zij deel uit van het zorgteam. Daarnaast zijn er voor de kinderen op school twee vertrouwenspersonen aanspreekbaar: Arjen Faber (orthopedagoog) en Nina v.d. Veen (schoolmaatschappelijk werker). Een maatschappelijk werkende heeft geheimhoudingsplicht, dus mag er niet zonder toestemming met anderen over gepraat worden. Iedereen kan zonder afspraak langskomen.
Op andere tijden is de Schoolmaatschappelijk Werkende bereikbaar bij Stichting Compaen via telefoonnummer 0598-698119, u kunt vragen naar Nina van der Veen.
4.3 Leerplicht en verlof
De wettelijke regels voor schoolverzuim gelden vanaf de dag dat de leerling vijf jaar is. Uw kind is dan leerplichtig en de leerplichtwet is van toepassing. Echter, ook voor vierjarigen geldt dat een geregeld schoolbezoek van groot belang is. Wij moeten van rechtswege altijd vooraf op de hoogte zijn van eventueel schoolverzuim. Wilt u bij ziekte van uw zoon of dochter dit doorgeven aan de administratie van onze school. Er kan vanaf 08.00 uur gebeld worden. Als het onduidelijk is waarom een leerling verzuimt, dan zal de school contact opnemen met de ouders.
Verlof kan worden verleend bij ’gewichtige redenen’, zoals een begrafenis/ crematie van naaste familieleden, huwelijk van een familielid, jubilea van (groot)ouders. Dit verlof moet vooraf door de ouders worden aangevraagd bij de schooldirectie. Nadere informatie over verlof staat vermeld in een speciale folder welke kan worden verkregen bij de school.
4.4 Medicijngebruik leerlingen
Aangezien onze school veel leerlingen telt die medicijnen gebruiken heeft de school een protocol medicijngebruik. Ouders worden verzocht een formulier in te vullen waarin zij de school opdracht geven om de medicijnen te verstrekken die een leerling tijdens schooltijden nodig heeft.
4.5 Aansprakelijkheidsverzekering
De ouders of verzorgers zijn zelf aansprakelijk voor het gedrag van hun kinderen onder schooltijd. Dit geldt vooral in de gevallen dat kinderen schade aanrichten. Het maakt in deze gevallen zelfs niet uit of iemand anders op het moment dat de schade veroorzaakt wordt, toezicht houdt op de kinderen. Een en ander is sinds 1 januari 1992 in het Burgerlijk Wetboek geregeld. De school gaat ervan uit dat ieder gezin een Aansprakelijkheids Verzekering Particulieren heeft afgesloten.
4.6 De medezeggenschapsraad (MR)
Bij elke school hoort ook een medezeggenschapsraad.
Deze toetst het beleid van de school en heeft instemmingsrecht in materiële zaken of bij veranderingen in het beleid, b.v. bij het geven van informatie zoals de schoolgids. Ten aanzien van schoolinvullingen qua formatie en financiële bestedingen heeft de MR adviesrecht. Dit zijn een paar zaken, maar er zijn er meer. Als u hierover meer wilt weten kunt u hier altijd naar vragen.
Deze taak probeert de MR voor u zo goed mogelijk uit te voeren. Daarom is het belangrijk te weten wat u belangrijk vindt wat er op school gebeurt. Op deze manier kan de medezeggenschapsraad goede beslissingen nemen in het belang van het kind en u als ouder. Middels zakelijke ouderavonden, nieuwsbrieven brengt de MR u op de hoogte waar zij mee bezig is, maar ook tussendoor kunt u als ouder aangeven bij de Mr waar u mee zit of wat u onder de aandacht wilt brengen.
De MR houdt om de 6 weken een medezeggenschapsraadvergadering
(indien nodig vaker). Wilt u hierbij aanwezig zijn dan mag dat, deze
vergaderingen zijn openbaar.
Hoe is deze raad vertegenwoordigd:
3 Leerkrachten van de Wim Monnereau-school.
3 Ouders van leerlingen die op school zitten.
De medezeggenschapsraad ziet er op dit moment als volgt uit:
Voorzitter: Ouder (Mevr. Gretha Pot)
Vice-voorzitter: Ouder (Mevr. Jitske de Haas)
Secretaris en notulist Personeel (vacature)
Penningmeester Personeel (Dhr. René
Lourens)
Overige Leden: Personeel (Mevr. Henny de Graaf, tevens
GMR-lid)
Ouder (Dhr. Willem Hut
Graag wil de MR met u in contact blijven en
heeft u de MR nodig? Wilt u dan de school bellen? Dan brengen wij u in contact.
Graag even via het secretariaat.
4.7 Klachtenregeling
Het zou voor kunnen komen, dat u klachten heeft over het onderwijs op onze school. Wanneer die klacht gericht is op het functioneren van een leerkracht, dan verwachten wij van u dat er rechtstreeks contact wordt opgenomen met de leerkracht. Mocht na de gevoerde gesprekken er geen redelijke oplossing voor het probleem te vinden zijn, dan kunt u met uw klacht terecht bij de directie van de school. Wanneer uw klachten verder gaan dan het werk in een bepaalde groep, maar de totale school betreffen, dan neemt u contact op met de directie. Mochten er geen oplossingen zijn en blijft u de klacht houden, dan neemt u contact op met het Regionaal Bureau Stichting OPO, tel. 0599 – 696390. Uitgangspunt is steeds, dat u probeert de klacht neer te leggen bij degene, die er direct mee te maken heeft. Wanneer u er voor kiest om direct naar een hogere instantie te gaan, dan zal deze u vragen om eerst met de direct betrokkenen te gaan praten om een oplossing te vinden. Sinds 1 augustus 1998 heeft iedere school een klachtenregeling. Deze kunt u op school inzien.De school heeft een contactpersoon die u voor kan lichten over de werkwijze bij een klacht. Op onze school kunt u in geval van twijfel of wanneer u informatie wenst, contact opnemen met Dhr. Siep van der Vries, tel. 0598-612063 (school) De contactpersoon kan u alleen informeren over de handelwijze bij een klacht. Hij of zij behandelt geen klachten.
Telefoonnummer Landelijke Klachtencommissie: 0800-5010, of te bereiken via
www.50tien.nl4.8 Ouderbijdrage
De school krijgt ieder jaar naar aanleiding van het aantal kinderen, dat op 1 oktober als leerling staat ingeschreven, een vergoeding van het Ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Deze vergoeding wordt gebruikt om alle zaken, die betrekking hebben op het normale lesprogramma, te bekostigen.
Hierbij kan gedacht worden aan: leerboeken, schriften, handvaardigheidmateriaal, maar ook aan meubilair, t.v.-toestellen en computers.
Naast deze les- en schoolgebonden voorzieningen ontplooit de school activiteiten, die niet door het rijk worden vergoed. Daarbij kan gedacht worden aan: schoolreizen en schoolkampen, deelname aan sportevenementen, schoolvoorstellingen, festiviteiten rond de feestdagen, traktaties, bijdrage melkgeld, excursies, e.d. In het kader van deze kosten vraagt de school een bijdrage die deels vrijwillig is ( kosten voor o.a. schoolreizen, schoolmelk en excursies zijn verplicht). Aan de ouders/verzorgers wordt jaarlijks een 'overeenkomst ouderbijdrage' voorgelegd. De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks ter instemming aan de medezeggenschapsraad voorgelegd. E.e.a. ligt ter inzage op school
4.9 Fysiek ingrijpen
De toename van de noodzaak om nadrukkelijk te reageren op conflicten van allerlei aard op onze school is inherent aan de problematiek en achtergrond van een steeds groter wordende groep leerlingen die onze school bezoekt. De school ziet zich steeds meer gesteld voor niet alleen de onderwijstaak, maar ook haar taak t.a.v. het reguleren van (ernstig) probleemgedrag bij bepaalde leerlingen (o.a. woede-aanvallen, driftbuien, verlies van zelfbeheersing). De uitingen hiervan kunnen zowel verbaal als fysiek zijn.
Het tijdig stoppen van bovengenoemd gedrag is een belangrijk instrument om “eigen en anders lijf en leden” te beschermen, leerlingen uit de spiraal van conflict en geweld te halen.
Leerlingen, personeelsleden en andere medewerkers binnen de Wim Monnereau-school hebben recht op een respectvolle bejegening van menselijke waardigheid en integriteit. Mocht dit in het gedrang komen beroept de school zich op Agressieve Interventie (Door tijdig ingrijpen met bepaalde grepen zorgen we ervoor dat de leerling zo snel mogelijk stopt met zijn woedeaanval, kalmeert en weer in staat is tot het voeren van een gesprek). De gedragscode hierover staat omschreven in de cursusmap Training Agressieve Interventie.
4.10 Schorsing en verwijdering
Leerlingen kunnen tijdelijk van school worden gestuurd (heet: schorsing). Dit gebeurt indien andere maatregelen geen effect sorteren en het in het belang van de leerling en de relatie met zijn/ haar leerkracht (c.q. groep) is. Dit gebeurt alleen als de leerling zich ernstig misdraagt. De schoolleiding beslist (na overleg en toestemming van het bevoegd gezag) over het schorsen na het aanhoren van de ouders en informeert daarna het schoolbestuur.
Ook kan het gebeuren dat een leerling bij ernstig wangedrag (en dan is er al het nodige voorgevallen) van school verwijderd wordt. De beslissing over verwijdering wordt genomen door het schoolbestuur. Ook hier geldt dat voordat een dergelijk besluit wordt genomen eerst de leerkracht, schoolleiding en de ouders moeten worden gehoord. Als het besluit genomen is, moet het schoolbestuur proberen een andere school te vinden voor de verwijderde leerling. De onderwijsinspectie kan een bemiddelende rol vervullen indien ouders en bestuur het niet eens zijn. Als het bestuur bij zijn besluit blijft, kunnen ouders schriftelijk bezwaar aantekenen. Het schoolbestuur moet dan eveneens schriftelijk binnen vier weken op dat bezwaarschrift reageren. Als het schoolbestuur dan nog vasthoudt aan het besluit van verwijdering, kunnen ouders in beroep gaan bij de rechter.
4.11 De GGD in het speciaal onderwijs
De GGD Groningen beschermt en bevordert de gezondheid van de bevolking in de provincie Groningen. Hieronder valt ook de jeugd. De werkwijze van de jeugdgezondheidszorg is de volgende:
|
Op het moment dat een leerling het speciaal onderwijs binnenkomt, vindt een instroom-onderzoek plaats. Dit onderzoek gebeurt door de jeugdarts. | |
|
Contactmoment 5-jarigen: als het instroomonderzoek langer dan een jaar geleden is, krijgen ouders een oproep van de jeugdarts. | |
|
Contactmoment 9-jarigen: als het instroomonderzoek langer dan twee jaar geleden is , worden kinderen gemeten en gewogen. Ouders krijgen een oproep van de jeugdarts als daar aanleiding toe is. |
Heeft u vragen of wilt u iets weten over gezondheid? Neem
dan contact op met Het Informatie Centrum Gezondheid van de GGD Groningen.
Hanzeplein 120
9713 GW Groningen
Tel: 050-3674177
5.
PRAKTISCHE INFORMATIE5.1 Namen en adressen
|
School voor Speciaal Basisonderwijs, Boven Westerdiep 10, Veendam | |
|
Telefoon: 0598 - 612063, fax 0598 - 632604, | |
|
Mobiel voor dringende zaken: 06-13867301(mits antwoordapparaat is ingeschakeld) | |
|
Postadres: postbus 449, 9640 AK Veendam | |
|
Directeur: Interim directeur: Dhr. W. de Groot ( schooljaar 2008/2009 aanw. ma,di,wo,do). | |
|
Voorzitter van de Medezeggenschapsraad: Mevr. Gretha Pot. | |
|
De school valt onder het bevoegd gezag van de Stichting OPO, vertegenwoordigd door het Regionaal Bureau, adres: Hoogveen 1, Postbus 310, 9500 AH Stadskanaal, tel: 0599 - 696390 | |
|
Schoolmaatschappelijk werk: Stichting Compaen, Beneden Oosterdiep 27, Postbus 74, 9640 AB, Veendam. Telefoon 0598 – 698119. | |
|
Zorgverbredingscentrum: Inlichtingen E. Start, Postbus 454, 9640 AK, Veendam. Telefoon 0598 – 696710. | |
|
Bureau jeugdhulpverlening, regio Veendam ‘Zitzo, Bocht Oosterdiep 21, 9641 JH, Veendam. Telefoon 0598 -613549.GGD: Havenstraat 5, Veendam. Telefoon 0598 – 694407. | |
|
De website van de school is: www.monnereau.picto.nl | |
|
E-mailadres van de school: monnereau@picto.nl | |
|
Inspectie van het onderwijs: Info@ owinsp.nlwww.onderwijsinspectie.nl | |
|
Vragen over onderwijs: 0800 – 8051 (gratis)Klachtmeldingen over sexuele intimidatie, sexueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld: meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900 – 1113111 (lokaal tarief) |
5.2 De nieuwsbrief
Elke maand geven we een nieuwsbrief uit, met allerlei nieuws uit de school. Er zijn enkele vaste rubrieken zoals: ‘de agenda’ en ‘uit de groepen’. Door alle informatie in een maandbrief op te nemen voorkomen we losse briefjes en hopen we u zo goed mogelijk van het reilen en zeilen op de hoogte te houden.
5.3 Schooltijden, onderwijstijd, vakanties
De school begint om 8.45 uur en eindigt om 15.00 uur. ’s Woensdags eindigen de lessen om 12.30 uur.
Er is een ochtendpauze van een kwartier en een middagpauze van een half uur.
De groepen E t/m M gaan jaarlijks ruim 1000 uur naar school, In groepen B en D hebben de leerlingen een aantal extra vrije dagen ( margedagen) zodat zij per schooljaar ongeveer 920 uur onderwijs ontvangen. In de gehele schoolloopbaan ontvangen de leerlingen tenminste 7520 uren onderwijs, waarbij in de eerste vier leerjaren tenminste 3520 uur en in de laatste vier jaren tenminste 3760 uur onderwijs wordt verzorgd.
Het rooster met vrije dagen en vakanties wordt jaarlijks zo spoedig mogelijk aan de ouders bekend gemaakt. Het vakantierooster is nogmaals bijgevoegd. Zie laatste pagina.
5.4 Schoolvervoer
Afhankelijk van de afstand huis – school en de persoonlijke omstandigheden (sociaal/medisch/fysiek) kunnen de leerlingen gebruik maken van een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer. De gemeente waarin de leerling woont is verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer en stelt een eigen reglement op. De gemeente kan ook nadere informatie verstrekken. Afhankelijk van het inkomen van de ouders/verzorgers wordt een eigen bijdrage gevraagd. Ouders kunnen jaarlijks bij de afdeling onderwijs van de eigen gemeente een aanvraag omtrent het leerlingenvervoer indienen. Het reglement leerlingenvervoer is de afgelopen jaren zodanig aangepast, dat er zwaarwegende (aantoonbare) redenen moeten zijn voor er een vervoersverklaring zal worden afgegeven. Verder wordt door de school het zelf fietsen en lopen binnen de gemeentegrenzen gestimuleerd in het kader van zelfstandigheidstraining.
5.5 Overblijven
Het overblijven op school is een onderdeel van het lesprogramma. Alle leerlingen blijven over. De leerlingen nemen brood en fruit mee, voor melk/karnemelk/thee wordt gezorgd. Van de ouders wordt hiervoor een bijdrage (voor o.a. melk, tandenborstel en tandpasta) gevraagd. Leerkrachten eten samen met de leerlingen.
Na het overblijven op school houden de leerkrachten toezicht (pleindienst volgens een rooster). Het schoolbestuur heeft voor de overblijftijd een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering afgesloten.
5.6 Schoolreis en schoolkamp
Ieder jaar gaan de leerlingen op schoolreis. De onderbouwgroepen 2 en 3 gaan een dag op stap, voor de overige groepen duren de schoolkampen meerdere dagen. De kosten zijn opgenomen in het jaarlijkse schoolreisgeld. De schoolreis hoort bij het lesprogramma en heeft als zodanig een verplicht karakter. Hier kan alleen van worden afgeweken als ouders hiervoor gegronde redenen kunnen aanvoeren, waarbij moet worden aangetekend dat medicijngebruik, bedplassen en een eventueel dieet niet onder deze redenen vallen, de school kent een ruime ervaring in het omgaan met bovengenoemde zaken.
5.7 Veiligheid op en rondom de school
De afgelopen jaren is getracht de veiligheid op en rondom de school op een hoger plan te brengen. We mogen stellen dat dit ook daadwerkelijk is gerealiseerd. Zaak in deze is om de veiligheid, m.n. preventieve veiligheid, te onderhouden en waar nodig uit te breiden c.q. aan te scherpen.
Hier volgt een kort overzicht van de al gerealiseerde maatregelen:
|
Afspraken over brengen en halen van kinderen met de auto door ouders en taxibedrijven. | |
|
Overzetten van leerlingen door verkeersbrigadiers. | |
|
Ontruimingsplan/ brandveiligheid. | |
|
Opstellen van diverse protocollen (o.a. voor pesten, pleinregels, straffen, veiligheid), deze liggen ter inzage op school. |
Ieder schooljaar houden we ontruimingsoefeningen. Wat moet iedereen (volwassenen en kinderen) die zich in het schoolgebouw bevindt doen wanneer het alarmsignaal af gaat? Dat staat keurig in een ontruimingsplan. Maar je moet het ook regelmatig oefenen. En dat gebeurt ook; onder toeziend oog van de 3 Bedrijf Hulpverleners die aan de school verbonden zijn. Na elke oefening volgt een nabespreking binnen het team.
Het gebouw heeft een fiks aantal aanpassingen ondergaan. Zo is het voorzien van veiligheidsglas. Er is een automatische noodstroomverlichting aangebracht. De school is ingedeeld in zogenaamde compartimenten. Elk compartiment wordt bij een alarmsignaal automatisch afgesloten door deuren. Op veel plaatsen in school hangen blusmiddelen en zijn brandmelders aangebracht. Rondom het thema veiligheid en preventie is er een aantal keren per jaar binnen de ARBO-werkgroep, waar onze school ook deel van uitmaakt, overleg met de Gemeente.
|
Na schooltijd wachten de taxi’s langs de stoep op de leerlingen. | |
|
Alleen als hun taxi langs de stoep staat, mag een kind van het plein af lopen en instappen. | |
|
Wanneer een taxi compleet is en vertrekt, schuift de gehele rij taxi’s aan. | |
|
Taxi’s, ouders en personeel rijden niet via de 1e inrit naar de school toe. Het is daar al zo druk en smal. | |
|
De taxi’s rijden langs de 1e inrit weg. Ouders en leerkrachten wordt verzocht, langs de 2e inrit van het Jan Salwa-plein te vertrekken. Dit om minder verkeer bij het overzetten te krijgen. | |
|
Taxi’s die nog geen plek langs de stoep hebben, wachten achter in de rij. | |
|
Elke taxibus is herkenbaarder geworden door een dierennaam te voeren. | |
|
Taxi’s zijn ook als zodanig te herkennen m.n. voor de kinderen. | |
|
Ouders die hun kind halen, parkeren op het Jan Salwaplein, niet langs de stoep bij de school. | |
|
Verkeersbrigadiers zetten leerlingen over naar de parkeerplaats. | |
|
Het personeel van de school parkeert aan de rand van de parkeerplaats | |
|
Ouders die met de fiets komen, worden vriendelijk, doch dringend verzocht niet op de weg of op de stoep te wachten. | |
|
Ouders kunnen wachten op het Jan Salwaplein of op de ruimte bij het hek van de onderbouw. |
We hopen op de medewerking van iedereen om de situatie rondom de school zo veilig mogelijk te houden !
De afspraken op een rij over het brengen en halen van kinderen met de auto door ouders en taxibedrijven.
5.8 Lijst met gebruikte afkortingen
OPO
Openbaar Primair Onderwijs
SBO
Speciaal BasisOnderwijs (Sinds
1998 samensmelting van MLK, LOM en IOBK)
MLK
Scholen voor Moeilijk Lerende Kinderen (bestaan niet meer)
LOM
Scholen voor kinderen met Leer- en OpvoedingsMoeilijkheden ( bestaan niet meer)
IOBK
In Ontwikkeling Bedreigde Kleuters (afdelingen binnen MLK en LOM, bestaan niet
meer)
BAO
BasisOnderwijs
VMBO
Voorbereidend Middelbaar
Beroepsonderwijs
ICT
Informatie- en Communicatietechnologie (computer-onderwijs)
ADHD
Aandachtstekortstoornis met
hyperactiviteit en impulsiviteit
PDD-NOS
Stoornissen die problemen veroorzaken op het gebied van sociale contacten en
communicatie
NLD
Stoornis in het verwerken van
niet-verbale informatie
NOT
Nederlandse Onderwijs Televisie
MRT
Motorische Remedial Teaching
PAD
Programma Alternatieve
Denkstrategieën
BAS
Bouwen aan een Adaptieve School
PCL
Permanente Commissie
Leerlingenzorg
RVC
Regionale Verwijzings Commissie
REC
Regionaal Expertise Centrum
CVI
Commissie
van Indicatiestelling
BAPO
Bevordering Arbeidsparticipatie
Ouderen
CV
Compensatieverlof ( voorheen ADV)
PABO
Pedagogische Academie
BasisOnderwijs
MR
MedezeggenschapsRaad
GMR
Gemeenschappelijke
MedezeggenschapsRaad