|
|
|
|
De school
DE
AMBITIE
Missie. Wij verzorgen de speciale opvang voor zorgleerlingen uit de regio Veendam in een veilige schoolomgeving, waarbij we de basis leggen voor een optimale, harmonieuze ontwikkeling van de eigen mogelijkheden op weg naar zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid. Doelen. Een samenleving als de onze is gebaat bij
mondige en zelfstandige mensen. Omgekeerd kunnen alleen mondige, zelfstandige,
maar ook goed toegeruste mensen zich handhaven in en een bijdrage leveren aan de
ontwikkeling van die samenleving. Wij vinden dat de opvoeding en daarmee het
onderwijs hierop gericht moet zijn. De leerlingen moeten zich houdingen,
vaardigheden, kennis en inzichten eigen maken die hen in staat stellen zelfstandig
te functioneren in de maatschappij, waarbij het duidelijk moet zijn dat een
deel van onze leerlingen ook op latere leeftijd aangewezen zal blijven op extra
zorg. We willen met onze begeleiding kinderen vanaf
een matig leervermogen, in een redelijke tijd de kennis en vaardigheden van
de gewone basisschool (of een belangrijk deel daarvan) bijbrengen. Ook
vinden we een juiste werkhouding erg belangrijk. In ons onderwijs leggen wij
naast het leren een accent op de sociaal/emotionele en motorische ontwikkeling
van de kinderen. Een extra accent wordt nog gelegd op de taalontwikkeling, met
name van het jonge kind. Ook willen we bijdragen aan een goede
persoonlijkheidsontwikkeling, waarbij het gevoel van eigenwaarde zich op een
juiste, passende manier ontwikkelt, altijd met respect en waardering voor anderen,
ongeacht leeftijd, sekse, levensovertuiging, ras, cultuur of sociale achtergrond. De Wim Monnereau-school kan als volgt worden gekenmerkt: -
kleine groepen van 12 tot 16
leerlingen -
brede deskundigheid -
een klimaat dat zich kenmerkt
door acceptatie, tolerantie en bemoediging -
sociaal-emotionele
ondersteuning van leerlingen -
planmatig werken en
leerkrachtbegeleiding -
therapeutische mogelijkheden,
zoals fysiotherapie, logopedie, motorisch remedial teaching -
intensieve werkrelaties met
instellingen voor (school)maatschappelijk werk, jeugdhulpverlening en
jeugdgezondheidszorg -
werkrelaties met pabo’s,
schoolbegeleidingsdienst(en) en mbo-opleidingen -
werkrelaties met RUG -
voortdurende evaluatie en zorg
voor kwaliteitsontwikkeling -
flexibiliteit t.a.v. het
plaatsen van leerlingen -
voortdurende
professionalisering van medewerkers
Om bovengenoemde ambitie waar te
kunnen maken streven we er naar een plek te zijn, waar kinderen graag vertoeven
en zich veilig en geborgen voelen. De omgang met de kinderen is dan ook open,
altijd vanuit een positief opvoedingsperspectief. De school ontwikkelt
verschillende
activiteiten die samen dit open klimaat bepalen. Rust, vaste afspraken,
structuur
en regelmaat zijn bij het beschrijven het schoolklimaat kernbegrippen. In een
dergelijke omgeving kan door de leerlingen geconcentreerd en gemotiveerd
gewerkt worden. We willen leerlingen vertrouwen laten krijgen in eigen kunnen.
Met de ouders streven wij een open communicatie na, onafhankelijk of dit de
ontwikkeling van hun kind(eren) betreft of de totale schoolontwikkeling. Dit
gebeurt door spreekavonden, informatieavonden, huisbezoeken en
thema-avonden. De
instroom in het SBO omvat een brede groep kinderen met een verscheidenheid aan
hulpvragen. Problemen op één gebied leidt doorgaans niet tot verwijzing. In
het SBO onderscheiden we doorgaans kinderen met: A)
Problemen op
het terrein van: -
Werkhouding en taakgedrag; -
Leerontwikkeling; -
Cognitieve en functieontwikkeling; -
Sociaal-emotionele ontwikkeling; -
Lichamelijke ontwikkeling. B)
Stoornissen. Bij
stoornissen is er meer sprake van “kind eigen”, organisch verankerde
defecten. We onderscheiden: -
Moeilijk lerende kinderen. -
Kinderen met algemene of specifieke leerstoornissen
(hardnekkige problematiek bij leren lezen, spellen, rekenen). -
Kinderen met een regulatiestoornis van concentratie
en/of gedrag (ADHD). -
Kinderen met een aan autisme verwante
contactstoornis (PDD-NOS). -
Kinderen met niet-verbale leerstoornissen (NLD).
De
volgende contra-indicaties spelen bij het typeren van de leerlingenpopulatie een
rol: -
kinderen met onvoldoende verstandelijke aanleg; -
kinderen die te veel verzorgingstijd vragen; -
kinderen die een te grote belasting voor de groep
vormen; -
kinderen met een te geringe beïnvloedbaarheid
m.b.t sociaal gedrag; -
indien er te weinig steun is vanuit de
thuissituatie; -
kinderen met langdurige, zware gedragsproblematiek; -
kinderen uit het autismespectrum die moeilijk
bereikbaar zijn.
We
kunnen niet alle kinderen helpen. Leerlingen moeten kunnen functioneren binnen
de condities van de school. Dit betekent dat leerlingen: -
in een groep moeten kunnen functioneren; -
binnen de groepsgrootte van ongeveer 14 leerlingen; -
beïnvloedbaar zijn, d.w.z. ze moeten kunnen
profiteren van instructie, leiding en begeleiding; - een bepaalde mate van zelfstandigheid hebben, ze
moeten gedurende bepaalde momenten af kunnen zien van direct contact met of
ondersteuning door de leerkracht (leerlingen
die alleen kunnen leren op basis van een exclusief contact met de leerkracht
vallen dus buiten onze doelgroep). In
het algemeen zeggen we niet dat bepaalde leerlingen persé van onze SBO-school
worden uitgesloten. De grens van wat mogelijk is wordt bepaald door de zwaarte
of de ernst van de problematiek die de kinderen voor zichzelf of de groep of de
school vormen. Tevens spelen de beschikbare faciliteiten een rol
|